het zonnepaneel

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ˈzɔnəpanel]
Afbreekpatroon:  zon·ne·pa·neel
Verbuigingen:  zonnepanelen (meerv.)
Verbuigingen:  zonnepaneeltje (verkleinwoord)

module die zonlicht omzet in elektrische energie
Voorbeelden:  `Zonnepanelen op het dak wekken duurzame energie op uit zonlicht.`,
`In het ecopark zetten zonnepanelen zonlicht om in elektriciteit.`


16 definities op Encyclo
  • •een paneel dat stralingsenergie van de zon omzet in elektriciteit.
  • [bouwkunde] Paneel met fotovoltaïsche cellen, waar door zoninstraling elektriciteit wordt opgewekt. Zonnecellen worden in verschillende producten verwerkt. Naast de op- of inbouwpanelen met kristallijnen cellen zijn er producten op de markt, gebaseerd op opgedampte, amorfe zonnecellen: de zogenaamde thin-fil...
  • [technologie en techniek] Samenstel van zonnecellen ten behoeve van elektrische energievoorziening. Worden onder andere toegepast in satellieten en op eenzame plaatsen op aarde, maar zijn nog nauwelijks economisch rendabel voor algemener gebruik.
  • 1) Energie producerend toestel 2) Stroomraam 3) Groene energiebron
  • apparaat dat zonlicht omzet in elektriciteit met behulp van foto-elektrische cellen
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de zonnepaneel' of 'het zonnepaneel'?
Het is 'het zonnepaneel', want zonnepaneel is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat zonnepaneel'.
Wat is het meervoud van zonnepaneel?
Het meervoud van zonnepaneel is 'zonnepanelen'. Eén zonnepaneel, twee zonnepanelen.
Wat betekent zonnepaneel?
'module die zonlicht omzet in elektrische energie'
Hoe spel je zonnepaneel?
zonnepaneel spel je Z O N N E P A N E E L

Op andere websites
Zoek zonnepaneel in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek zonnepaneel op Google
Zoek zonnepaneel op Woordenlijst.org
Zoek zonnepaneel in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek zonnepaneel op Wikipedia