zetelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈzetələ(n)]
Afbreekpatroon:  ze·te·len
Vervoegingen:  zetelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezeteld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van een instantie) gevestigd zijn
Voorbeeld:  `Het Internationaal Gerechtshof zetelt in Den Haag.`

Zie ook:  zetel


Synoniemen
gevestigd zijn   resideren   

2 definities op Encyclo
  • zitten vb: de keizer zetelt op een gouden troon er gevestigd zijn vb: de regering zetelt in Den Haag
  • 1) Gezeten zijn 2) Tronen 3) Vestigen 4) Zitten 5) Gevestigd zijn 6) Zijn standplaats hebben 7) Resideren
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zetelen

Taaladvies
Is zetelen correct in de volgende zin: Ze zal niet langer zetelen in het Europees Parlement? Zie Zetelen / zitting hebben

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van zetelen?
De verleden tijd van zetelen is 'zetelde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft gezeteld'.
Wat betekent zetelen?
'(van een instantie) gevestigd zijn'
Hoe spel je zetelen?
zetelen spel je Z E T E L E N
Wat is een ander woord voor zetelen?
Andere woorden voor zetelen zijn gevestigd zijn en resideren.

Op andere websites
Zoek zetelen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek zetelen op Google
Zoek zetelen op Woordenlijst.org
Zoek zetelen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek zetelen op Wikipedia