de woningbouwer
zelfst.naamw. (m.)
| Verbuigingen: | woningbouwers |
| Verbuigingen: | woningbouwertje |
iemand die woningen bouwt Bron: WikiWoordenboek.
Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de woningbouwer' of 'het woningbouwer'?
Het is 'de woningbouwer', want woningbouwer is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die woningbouwer'.
Wat betekent woningbouwer?
'iemand die woningen bouwt'
Hoe spel je woningbouwer?
woningbouwer spel je W O N I N G B O U W E R Op andere websites
Zoek woningbouwer in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek woningbouwer op
Google
Zoek woningbouwer op
Woordenlijst.org
Zoek woningbouwer in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek woningbouwer op
Wikipedia