de winkeldiefstal
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | ['wɪŋkəldifstɑl] |
| Afbreekpatroon: | win·kel·dief·stal |
| Verbuigingen: | winkeldiefstallen (meerv.) |
keer dat iemand één of meer dingen steelt uit een winkel tijdens openingsuren | Voorbeeld: | `wegens het grote aantal winkeldiefstallen de beveiliging verbeteren` | |
5 definities op Encyclo
- 1) Klein vergrijp
- Als iemand zonder te betalen een artikel uit de winkel meeneemt.
- diefstal die wordt gepleegd door een artikel uit een winkel mee te nemen zonder te betalen; diefstal van winkelwaar
- strafrecht: uit een winkel wegnemen van een goed dat geheel of ten dele aan een ander in eigendom toebehoort, met het oogmerk ...
- Winkeldiefstal is het stelen uit een winkel . [basiswoordenlijst groep 6]
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de winkeldiefstal' of 'het winkeldiefstal'?
Het is 'de winkeldiefstal', want winkeldiefstal is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die winkeldiefstal'.
Wat is het meervoud van winkeldiefstal?
Het meervoud van winkeldiefstal is 'winkeldiefstallen'. Eén winkeldiefstal, twee winkeldiefstallen.
Wat betekent winkeldiefstal?
'keer dat iemand één of meer dingen steelt uit een winkel tijdens openingsuren'
Hoe spel je winkeldiefstal?
winkeldiefstal spel je W I N K E L D I E F S T A L Op andere websites
Zoek winkeldiefstal in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek winkeldiefstal op
Google
Zoek winkeldiefstal op
Woordenlijst.org
Zoek winkeldiefstal in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek winkeldiefstal op
Wikipedia