de vakantieweek
zelfst.naamw.
| Verbuigingen: | vakantieweken |
| Verbuigingen: | vakantieweekje |
1) week dat men vakantie heeft 2) en vakantie die een week duurt Bron: WikiWoordenboek.
1 definitie op Encyclo
- periode van een week die jaarlijks vast terugkeert en voor vakantie is bestemd, of die men zelf vrij heeft gepland om vakantie te houden bijeenkomst gedurende een week waarin men samen vakantie heeft
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent vakantieweek?
'week dat men vakantie heeft' en 'en vakantie die een week duurt'
Hoe spel je vakantieweek?
vakantieweek spel je V A K A N T I E W E E K Op andere websites
Zoek vakantieweek in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek vakantieweek op
Google
Zoek vakantieweek op
Woordenlijst.org
Zoek vakantieweek in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek vakantieweek op
Wikipedia