tronk

zelfst.naamw.

1) boomstam waarvan het bovenste deel en de takken zijn afgehakt

2) onderste deel van een boom bestaand uit de wortels en een deel van de stam dat na het omhakken of omvallen van een boom overblijft

3) afgeknotte boom of struik

4) stam, ook in figuurlijke betekenis


Bron: WikiWoordenboek.

6 definities op Encyclo
  • uitlopers (van een boom), grondloot - Voorbeeld: Zij kropen tussen de tronken waar 't schemerlichtte
  • woord uit 1812, uitleg bij teksten van E.J. Potgieter (1808 - 1875) stam.
  • 1) Gevangenis (Zuid-Afrika) 2) Geknotte boom 3) Geknotte stam 4) Afgeknotte boom 5) Fooienpot 6) Afgeknotte boomstam 7) Afgehouwen stam 8) Afgeknotte stam 9) Knar 10) Boomstomp 11) Tjok 12) Blok 13) Boomstronk
  • afgeknotte boomstam; primitieve gevangenis (oorspronkelijk in Oost-Indië)
  • afgeknotte boomstam Jaar van herkomst: 1287 (CG NatBl )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op tronk:
stronkkerststronkboomstronkbloemkoolstronk

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tronk (afgeknotte boomstam)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent tronk?
'boomstam waarvan het bovenste deel en de takken zijn afgehakt' en 'onderste deel van een boom bestaand uit de wortels en een deel van de stam dat na het omhakken of omvallen van een boom overblijft' en 'afgeknotte boom of struik' en 'stam, ook in figuurlijke betekenis'
Hoe spel je tronk?
tronk spel je T R O N K

Op andere websites
Zoek tronk in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek tronk op Google
Zoek tronk op Woordenlijst.org
Zoek tronk in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek tronk op Wikipedia