tijgen
| Afbreekpatroon: | tij·gen |
| Verbuigingen: | toog |
| Verbuigingen: | getogen |
zich begeven | Synoniemen: | trekken, gaan |
| geboren en getogen - geboren en opgegroeid | () |
6 definities op Encyclo
- •"arch.": ergens naar toegaan (+audio)
- gaan, ermee beginnen vb: ze toog opgewekt aan het werk
- [Vergeten woorden] (st. teeg, heeft getegen), tijen 1) aanwijzen, wijzen op, aanduiden 2) te kennen geven, verkondigen 3) aanklagen, beschuldigen [in aantijgen, vertijgen afstand doen van, = Duits zeihen, ~ tij openbare vergaderplaats in een dorp, ticht aanwijzing; beschuldiging, teken, teke...
- 1) Beginnen 2) Treden 3) Tijen 4) Trekken 5) Aan het werk gaan 6) Slepen 7) Halen 8) Gaan 9) Beschuldigen
- trekken, beginnen
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden eindigen op tijgen:
•
afstijgen•
bestijgen•
opstijgen•
overstijgen•
stijgen•
uitstijgen•
ontstijgenHerkomst volgens etymologiebank.nl
tijgen in aantijgen (beschuldigen)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent tijgen?
' zich begeven'
Hoe spel je tijgen?
tijgen spel je T I J G E N Op andere websites
Zoek tijgen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek tijgen op
Google
Zoek tijgen op
Woordenlijst.org
Zoek tijgen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek tijgen op
Wikipedia