de thuiszorg
zelfst.naamw. (m./v.)
| Uitspraak: | [ˈtœysɔrx] |
| Afbreekpatroon: | thuis·zorg |
verzorging aan huis voor zieken, bejaarden of gehandicapten 8 definities op Encyclo
- alle zorg en hulp die iemand thuis krijgt. Thuiszorg is dus bedoeld om zorgafhankelijke personen thuis te laten blijven wonen, met de hulp van familieleden, al of niet bijgestaan door professionele diensten en-of vrijwilligers;
- Hulp of begeleiding bij huishouding, verzorging of verpleging thuis aan chronisch zieken, mensen met een handicap, ouderen en mensen die daar tijdelijk behoefte aan hebben. Vaak ook uitleen van verpleegartikelen en hulpmiddelen, en praktische dienstverlening zoals maaltijdvoorziening, alarmopvolging e.d
- 'Thuiszorg' is verzorging en verpleging die bij cliënten thuis wordt geleverd. De oorsprong van de thuiszorg ligt bij organisaties zoals het Groene Kruis en het Wit-Gele Kruis.
- 1) Thuishulp 2) Hulpverlening aan gezinnen
- Geheel van activiteiten op het gebied van hulp of begeleiding bij de huishouding, verzorging en verpleging van zieken in de thuissituatie. Deze zorg kan geboden worden door een thuiszorgorganisatie of vanuit een verpleeg- of verzorgingshuis.
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden beginnen met thuiszorg:
•
thuiszorgorganisatieVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de thuiszorg' of 'het thuiszorg'?
Het is 'de thuiszorg', want thuiszorg is mannelijk en vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die thuiszorg'.
Wat betekent thuiszorg?
'verzorging aan huis voor zieken, bejaarden of gehandicapten'
Hoe spel je thuiszorg?
thuiszorg spel je T H U I S Z O R G Op andere websites
Zoek thuiszorg in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek thuiszorg op
Google
Zoek thuiszorg op
Woordenlijst.org
Zoek thuiszorg in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek thuiszorg op
Wikipedia