de sporthal
zelfst.naamw. (m./v.)
| Uitspraak: | ['spɔrthɑl] |
| Afbreekpatroon: | sport·hal |
| Verbuigingen: | sporthallen (meerv.) |
zeer grote overdekte ruimte voor binnensporten | Voorbeeld: | `de gemeentelijke sporthal` | |
5 definities op Encyclo
- 1) Gymzaal 2) Gebouw voor sport 3) Sportruimte 4) Sportplaats 5) Sportpaleis 6) Voor zaalsporten ingerichte hal 7) Sportaccommodatie 8) Grote sportzaal 9) Plek voor een balsport 10) Gebouw voor binnensport
- Een sporthal is een grote hal waarin sportwedstrijden worden gespeeld zoals handbal en volleybal. [basiswoordenlijst groep 4]
- gebouw dat dient als accommodatie voor de beoefening van uiteenliopende sporten, voornamelijk teamsporten in zaal zoals basketbal en volleybal
- Hal waarin kan worden gesport.
- Wordt gebruikt voor gebouwen die afgezette en ononderbroken ruimten bieden die zijn aan te passen voor verschillende gymnastiek- en recreatieactiviteiten zoals bijvoorbeeld baansporten en basketbal; vaak geplaatst op of bij sportvelden
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de sporthal' of 'het sporthal'?
Het is 'de sporthal', want sporthal is mannelijk en vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die sporthal'.
Wat is het meervoud van sporthal?
Het meervoud van sporthal is 'sporthallen'. Eén sporthal, twee sporthallen.
Wat betekent sporthal?
'zeer grote overdekte ruimte voor binnensporten'
Hoe spel je sporthal?
sporthal spel je S P O R T H A L Op andere websites
Zoek sporthal in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek sporthal op
Google
Zoek sporthal op
Woordenlijst.org
Zoek sporthal in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek sporthal op
Wikipedia