de sportdag
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | ['spɔrdɑx] |
| Afbreekpatroon: | sport·dag |
| Verbuigingen: | sportdagen (meerv.) |
dag waarop mensen die normaal iets anders doen samen aan sport doen | Voorbeeld: | `Onze school heeft morgen een sportdag.` | |
4 definities op Encyclo
- 1) Sportevenement 2) Schoolactiviteit 3) Schoolevenement 4) Door een school georganiseerde festiviteit
- bijeenkomst gedurende een dag of een ruim deel daarvan, georganiseerd om mensen te laten sporten
- Een 'sportdag' is een dag die doorgaans geheel in het teken staat van het uitoefenen of begeleiden van sport en spel. Veel onderwijsinstellingen en ook bedrijven en organisaties hebben traditioneel elk jaar een sportdag om zodoende aandacht te besteden aan het belang van bewegen en bovendien om de collegas...
- Een sportdag is een dag waarop de leden van een of meer sportverenigingen gezamenlijk hun sport bedrijven. [basiswoordenlijst groep 3]
Toon uitgebreidere definitiesTaaladvies
Schrijf je het woord
sport-en-speldag met koppeltekens?
Zie sport-en-speldagVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de sportdag' of 'het sportdag'?
Het is 'de sportdag', want sportdag is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die sportdag'.
Wat is het meervoud van sportdag?
Het meervoud van sportdag is 'sportdagen'. Eén sportdag, twee sportdagen.
Wat betekent sportdag?
'dag waarop mensen die normaal iets anders doen samen aan sport doen'
Hoe spel je sportdag?
sportdag spel je S P O R T D A G Op andere websites
Zoek sportdag in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek sportdag op
Google
Zoek sportdag op
Woordenlijst.org
Zoek sportdag in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek sportdag op
Wikipedia