scheep als dialectwoord
schip (Neerpelts)   schip (Zolders)   Schip (Heusdens)   Schaap (Markers (merekers))   schaap (Termeis)  

Spreekwoorden en zegswijzen
• wie scheep is moet varen (=als je ergens aan begonnen bent moet je er mee voortdoen)
Naar de spreekwoorden

2 definities op Encyclo
  • naar, in, of op het schip gaan. Zie ook scheepgaan .
  • schip - Voorbeeld: ‘Ge moet naar de brouwer, en naar Fleters aan de fabriek; en aan de wasserij en aan de werf, daar kan een nieuw scheep te lossen liggen’ (Dagen - Geurst I 95)
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met scheep:
scheepmakerscheepsscheepsagentuurscheepsankerscheepsantennescheepsartsscheepsbelscheepsbeschuitscheepsbetimmeringscheepsbevrachterscheepsbewegingscheepsbouwscheepsbouwindustriescheepsbuikscheepsdekscheepsdieselmotorscheepsdokterscheepseigenaarscheepshellingscheepshond
Toon alle woorden die beginnen met scheep

Herkomst volgens etymologiebank.nl
scheep

Op andere websites
Zoek scheep in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek scheep op Google
Zoek scheep op Woordenlijst.org
Zoek scheep in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek scheep op Wikipedia