sausen

werkw.
Uitspraak:  ['sɑuzə(n)]
Afbreekpatroon:  sau·sen
Vervoegingen:  sauste (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesaust (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen


Zie ook:  sauzen


Synoniemen
kalken   sauzen   witten   

4 definities op Encyclo
  • 1) Verven met een roller 2) Sauzen 3) Met een kleurende stof bestrijken 4) Met kleurende stof bestrijken 5) Witten 6) Kalken
  • Bestrijken van muren met een (kalk-achtige) verflaag waarbij de structuur van de ondergrond zichtbaar blijft.
  • het aanbrengen van een muurverf op een steenachtige ondergrond.
  • met muurverf of latex bestrijken; schilderen; verven van een saus voorzien voorzien van smaakstoffen of geurstoffen; aromatiseren uitgebreid versieren; ruimschoots voorzien; opsmukken; opdirken heel hard regenen; stortregenen; pijpenstelen regenen; hozen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
sausen

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van sausen?
De verleden tijd van sausen is 'sauste'. Het voltooid deelwoord is 'heeft gesaust'.
Hoe spel je sausen?
sausen spel je S A U S E N
Wat is een ander woord voor sausen?
Andere woorden voor sausen zijn kalken, sauzen en witten.

Op andere websites
Zoek sausen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek sausen op Google
Zoek sausen op Woordenlijst.org
Zoek sausen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek sausen op Wikipedia