de samenscholing

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈsamə(n)sxolɪŋ]
Afbreekpatroon:  sa·men·scho·ling
Verbuigingen:  samenscholingen (meerv.)

(van mensen) het bij elkaar komen op straat
Voorbeeld:  `De politieverordening verbiedt samenscholingen van vijf of meer personen.`


Synoniemen
accumulatie   bende   groep   hoop   troep   

2 definities op Encyclo
  • 1) Oploop 2) Hoop 3) Menigtevorming 4) Groep 5) Samengeschoolde menigte 6) Troep 7) Accumulatie 8) Vergadering 9) Volksoploop 10) Dichte menigte 11) Bende
  • Samenscholing, het bijeen komen van een groep mensen, werd door de Duitsers verboden.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met samenscholing:
samenscholingsverbod

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de samenscholing' of 'het samenscholing'?
Het is 'de samenscholing', want samenscholing is vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die samenscholing'.
Wat is het meervoud van samenscholing?
Het meervoud van samenscholing is 'samenscholingen'. Eén samenscholing, twee samenscholingen.
Wat betekent samenscholing?
'(van mensen) het bij elkaar komen op straat'
Hoe spel je samenscholing?
samenscholing spel je S A M E N S C H O L I N G
Wat is een ander woord voor samenscholing?
Andere woorden voor samenscholing zijn accumulatie, bende, groep, hoop en troep.

Op andere websites
Zoek samenscholing in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek samenscholing op Google
Zoek samenscholing op Woordenlijst.org
Zoek samenscholing in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek samenscholing op Wikipedia