samengaan

werkw.
Uitspraak:  [ˈsamə(n)xan]
Afbreekpatroon:  sa·men·gaan
Vervoegingen:  ging samen (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is samengegaan (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) bij elkaar passen
Voorbeeld:  `Eenvoud en comfort gaan in dit hotel goed samen.`
Synoniem:  matchen

2) (van bedrijven) één geheel worden
Voorbeeld:  `Deze brouwerijen zijn al samengegaan in de jaren tachtig.`
Synoniem:  fuseren


Synoniemen
fuseren   

1 definitie op Encyclo
  • 1) Fuseren 2) Zich verenigen 3) Integreren 4) Integratie 5) In elkaars gezelschap 6) Overeenkomen 7) Associatie 8) Overeenkomst 9) Klikken 10) Bij elkaar passen 11) Stroken 12) Gepaard gaan 13) Aaneensluiten
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van samengaan?
De verleden tijd van samengaan is 'ging samen'. Het voltooid deelwoord is 'is samengegaan'.
Wat betekent samengaan?
'bij elkaar passen' en '(van bedrijven) één geheel worden'
Hoe spel je samengaan?
samengaan spel je S A M E N G A A N
Wat is een ander woord voor samengaan?
Een ander woord samengaan is fuseren.

Op andere websites
Zoek samengaan in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek samengaan op Google
Zoek samengaan op Woordenlijst.org
Zoek samengaan in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek samengaan op Wikipedia