pissen

werkw.
Uitspraak:  ['pɪsə(n)]
Afbreekpatroon:  pis·sen
Vervoegingen:  piste (volt.deelw.)
Vervoegingen:  heeft gepist (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

urineren informeel
Voorbeeld:  `Loop maar vast door, ik moet nog even pissen.`
Synoniem:  piesen

Zie ook:  pis


Synoniemen
piesen   urineren   

Spreekwoorden en zegswijzen
• wat helpt fluiten, als het paard niet pissen wil. (=een zinloze oplossing)
• tegen de maan pissen (=iets onmogelijks proberen)
• het is gezond om in het vuur te pissen (=het is goed om hevigheid te kalmeren)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met pissen een ander begrip versterken?
pislink; pisnijdig
Hoe kun je pissen krachtiger uitdrukken?
pissen als een paard; pissen als een rund; pissen als een stier;

5 definities op Encyclo
  • • [informeel] plassen.
  • urine uitstoten vb: (plat) Govert is even pissen naast de pot pissen [overspel plegen]
  • 1) Piesen 2) Plassen 3) Urineren
  • urineren
  • urineren Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op pissen:
bepissen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
pissen (plassen; urineren)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van pissen?
Wat is de verleden tijd van pissen?
Wat betekent pissen?
'urineren'
Hoe spel je pissen?
pissen spel je P I S S E N
Wat is een ander woord voor pissen?
Andere woorden voor pissen zijn piesen en urineren.

Op andere websites
Zoek pissen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek pissen op Google
Zoek pissen op Woordenlijst.org
Zoek pissen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek pissen op Wikipedia