de paastijd
zelfst.naamw. (m.)
1) de tijd rond Pasen 2) de vijftig dagen tussen Pasen en Pinksteren in Bron: WikiWoordenboek.
4 definities op Encyclo
- 1) Periode rond pasen 2) Feestelijke periode
- De 'Paastijd' is in de Paascyclus van het kerkelijk jaar een periode van 50 dagen, die begint op Paaszondag, en eindigt op Pinksteren. In de liturgie staat de paastijd deze acht weken in het teken van het paasmysterie, de wederopstanding van Christus, de liturgische kleur is dan ook wit, en bijgevolg worden ...
- De Paastijd is de vijftigdaagse periode die begint in de Paasnacht en eindigt op het hoogfeest van Pinksteren. In de liturgie van de Paastijd staat de vreugde om de Verrijzenis van Christus centraal.
- Periode van Paaszaterdag tot Drievuldigheidszondag (laatste dag van het oktaaf van Pinksteren). Zie: Drievuldigheid, regina coeli, sequentia, vijf geboden der heilige kerk.
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de paastijd' of 'het paastijd'?
Het is 'de paastijd', want paastijd is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die paastijd'.
Wat betekent paastijd?
'de tijd rond Pasen' en 'de vijftig dagen tussen Pasen en Pinksteren in'
Hoe spel je paastijd?
paastijd spel je P A A S T I J D Op andere websites
Zoek paastijd in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek paastijd op
Google
Zoek paastijd op
Woordenlijst.org
Zoek paastijd in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek paastijd op
Wikipedia