opwachten

werkw.
Uitspraak:  ['ɔpwɑxtə(n)]
Afbreekpatroon:  op·wach·ten
Vervoegingen:  wachtte op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft opgewacht (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

ergens op iemand wachten
Voorbeeld:  `je kind opwachten aan de schoolpoort`


2 definities op Encyclo
  • ergens staan wachten tot iemand komt vb: wij wachten onze vrienden altijd op bij de brug ergens je opwachting maken [er een plechtig bezoek afleggen]
  • op iemand wachten, iemand bedienen
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van opwachten?
De verleden tijd van opwachten is 'wachtte op'. Het voltooid deelwoord is 'heeft opgewacht'.
Wat betekent opwachten?
'ergens op iemand wachten'
Hoe spel je opwachten?
opwachten spel je O P W A C H T E N

Op andere websites
Zoek opwachten in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek opwachten op Google
Zoek opwachten op Woordenlijst.org
Zoek opwachten in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek opwachten op Wikipedia