onverdeeld

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ɔnvər'delt]
Afbreekpatroon:  on·ver·deeld

geen onverdeeld succes eufemisme   (een beetje mislukt) `De vereniging van de zuidelijke en noordelijke Nederlanden was geen onverdeeld succes.`
niet onverdeeld gelukkig met eufemisme   (nogal ontevreden met) `De vakbond is niet onverdeeld gelukkig met het bereikte akkoord.`


1 definitie op Encyclo
  • 1) Volmaakt één gebleven 2) Nog niet in delen gescheiden 3) Ongesplitst 4) Samen 5) Geheel en al 6) Ongedeeld 7) Volmaakt 8) Volledig 9) Heel
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met onverdeeld:
onverdeeldheid

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Hoe spel je onverdeeld?
onverdeeld spel je O N V E R D E E L D

Op andere websites
Zoek onverdeeld in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek onverdeeld op Google
Zoek onverdeeld op Woordenlijst.org
Zoek onverdeeld in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek onverdeeld op Wikipedia