de oelewapper
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | ['uləwɑpər] |
| Afbreekpatroon: | oe·le·wap·per |
| Verbuigingen: | oelewappers (meerv.) |
domme en onhandige man 3 definities op Encyclo
- 1) Dwaas 2) Sufferd 3) Stommeling 4) Waardeloze vent 5) Waardeloze kerel 6) Onnozelaar 7) Raar persoon
- waardeloos persoon, sufferd
- waardeloze vent Jaar van herkomst: 1931-1940 (NRC-H 21-2-2001 )
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
oelewapper (waardeloze vent)Taaladvies
Waar komt
oelewapper vandaan en wat betekent het?
Zie Oelewapper (herkomst en betekenis)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de oelewapper' of 'het oelewapper'?
Het is 'de oelewapper', want oelewapper is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die oelewapper'.
Wat is het meervoud van oelewapper?
Het meervoud van oelewapper is 'oelewappers'. Eén oelewapper, twee oelewappers.
Wat betekent oelewapper?
'domme en onhandige man'
Hoe spel je oelewapper?
oelewapper spel je O E L E W A P P E R Op andere websites
Zoek oelewapper in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek oelewapper op
Google
Zoek oelewapper op
Woordenlijst.org
Zoek oelewapper in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek oelewapper op
Wikipedia