ochtendlijk
bijv.naamw.
| Uitspraak: | [ˈɔxtəntlək] |
| Afbreekpatroon: | och·tend·lijk |
behorend tot het deel van de dag na de nacht en voor de middag | Voorbeeld: | `Tilburg legt ochtendlijk klokgelui aan banden` | |
Deze woorden eindigen op ochtendlijk:
•
zondagochtendlijkTaaladvies
Schrijf je afleidingen van woorden waarmee we de tijd indelen klein, of met een hoofdletter?
Zie lenteachtig / LenteachtigVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent ochtendlijk?
'behorend tot het deel van de dag na de nacht en voor de middag'
Hoe spel je ochtendlijk?
ochtendlijk spel je O C H T E N D L I J K Op andere websites
Zoek ochtendlijk in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek ochtendlijk op
Google
Zoek ochtendlijk op
Woordenlijst.org
Zoek ochtendlijk in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek ochtendlijk op
Wikipedia