nominaal

bijv.naamw.
Uitspraak:  [nomi'nal]
Afbreekpatroon:  no·mi·naal

met de geldwaarde in een bepaalde munteenheid financieel
Voorbeeld:  `De nominale waarde van duizend euro is over 20 jaar nog steeds duizend euro, maar je kunt er - door de inflatie - dan minder voor kopen dan nu.`


7 definities op Encyclo
  • [Let op: Spelling en uitleg uit 1890] (Handel), waarde in naam, niet in de daad, bv. van effecten, gelijk die bij de uitgifte bepaald werd en op de stukken staat vermeld. Uit Latijn nomen (naam); dus, den naam betreffend, naar den naam. (Staat tegenover reëel = zakelijk, werkelijk, van res (zaak).
  • 1) Naar de naam 2) De naam betreffende 3) Waarde van een schuldbekentenis 4) Werkelijk 5) Naamwoordelijk 6) Geldswaarde 7) Volgens de naam 8) Extrinsiek 9) A pari 10) Taalkundige term 11) In geldswaarde uitgedrukt 12) Financiële term
  • bankrecht: in geldwaarde uitgedrukt of [taalk.] naamwoordelijk of de naam betreffend. ...
  • De naam betreffende, naamwoordelijk.
  • de naam betreffende, naamwoordelijk Jaar van herkomst: 1872 (GVD )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op nominaal:
denominaalbinominaal

Herkomst volgens etymologiebank.nl
nominaal (de naam betreffende, naamwoordelijk)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent nominaal?
'met de geldwaarde in een bepaalde munteenheid'
Hoe spel je nominaal?
nominaal spel je N O M I N A A L

Op andere websites
Zoek nominaal in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek nominaal op Google
Zoek nominaal op Woordenlijst.org
Zoek nominaal in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek nominaal op Wikipedia