de makreel
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | [ma'krel] |
| Afbreekpatroon: | ma·kreel |
| Verbuigingen: | makrelen (meerv.) |
zeevis die in scholen zwemt en veel door mensen wordt gegeten | Voorbeeld: | `gerookte makreel` | |
12 definities op Encyclo
- • [vissen] "Scomber scomber", een vis, familie van de makreelachtigen zoals tonijn en boniet.
- grote eetbare vis uit de zee aan de Nederlands kust vb: hou jij ook zo van gerookte makreel?
- Let op: Spelling van 1914 Zie THUNNUS.
- 1) Noordzeevis 2) makreel 3) Beenvis 4) Waterdier 5) Zeevis 6) Zoetwatervis 7) Stekelvinnige trekvis 8) Braamvis 9) Stekelvinnige vis 10) Broodbeleg 11) Vis 12) Stekelvinnige zeevis 13) Zoutwatervis 14) Gerookte vis 15) Hors 16) Baars 17) Dier
- beenvis Jaar van herkomst: 1270 (CG I 1, 155 )
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
makreel (zeevis Scomber scombrus)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de makreel' of 'het makreel'?
Het is 'de makreel', want makreel is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die makreel'.
Wat is het meervoud van makreel?
Het meervoud van makreel is 'makrelen'. Eén makreel, twee makrelen.
Wat betekent makreel?
'zeevis die in scholen zwemt en veel door mensen wordt gegeten'
Hoe spel je makreel?
makreel spel je M A K R E E L Op andere websites
Zoek makreel in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek makreel op
Google
Zoek makreel op
Woordenlijst.org
Zoek makreel in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek makreel op
Wikipedia