korten

werkw.
Uitspraak:  [ˈkɔrtə(n)]
Afbreekpatroon:  kor·ten
Vervoegingen:  kortte (verl.tijd enkelv.) Toon alle vervoegingen

1) (iemand) minder geven dan eerder
Vervoegingen:  heeft gekort (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `iemand korten op zijn uitkering`,
`het korten van hulp aan ouders met een invalide kind`

2) korter worden
Vervoegingen:  is gekort (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `In de winter korten de dagen.`


Synoniemen
aftrekken   besparen   bezuinigen   doden   inkorten   kort knippen   kort maken   krimpen   matigen   minderen   snoeien   verlagen   

4 definities op Encyclo
  • minder geld uitgeven vb: ze hebben hem gekort op zijn uitkering Synoniemen: bezuinigen besparen ombuigen
  • 1) In mindering brengen 2) Minder lang maken 3) Bezuinigen 4) Minderen 5) Verminderen 6) Matigen 7) Aftrekken 8) Doorbrengen 9) Doden 10) Kortwieken 11) Besparen 12) Verlagen 13) Snoeien 14) Een bedrag verminderen 15) Krimpen 16) Inkrimpen 17) Inhouden 18) Inkorten
  • een touw, staaldraad of ketting, door hieuwen of inpalmen of door het leggen van één of meerdere knopen of steken een stukje korter maken. Zie ook opkorten.
  • inhouden, aftrekken
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op korten:
afkortenbekorteninkortenverkorten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
korten

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent korten?
'(iemand) minder geven dan eerder' en 'korter worden'
Hoe spel je korten?
korten spel je K O R T E N
Wat is een ander woord voor korten?
Andere woorden voor korten zijn aftrekken, besparen, bezuinigen, doden, inkorten, kort knippen, kort maken, krimpen, matigen, minderen, snoeien en verlagen.

Op andere websites
Zoek korten op Woordenlijst.org
Zoek korten op Google
Zoek korten op Wikipedia