kaartlezen
werkw.
| Uitspraak: | ['kartlezə(n)] |
| Afbreekpatroon: | kaart·le·zen |
| Vervoegingen: | las kaart (verl.tijd enkelv.) |
| Vervoegingen: | heeft kaartgelezen (volt.deelw.) |
op een wegenkaart bijhouden waar je bent en kijken hoe verder moet | Voorbeeld: | `Laat mij maar rijden, want ik kan niet kaartlezen.` | |
2 definities op Encyclo
- 1) Waarzeggerij 2) Waarzeggen
- Begrijpen wat erop een kaart staat. Daarvoor heb je vier dingen nodig: de titel, de legenda, de noordpijl en de schaal.
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van kaartlezen?
De verleden tijd van kaartlezen is 'las kaart'. Het voltooid deelwoord is 'heeft kaartgelezen'.
Wat betekent kaartlezen?
'op een wegenkaart bijhouden waar je bent en kijken hoe verder moet'
Hoe spel je kaartlezen?
kaartlezen spel je K A A R T L E Z E N Op andere websites
Zoek kaartlezen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek kaartlezen op
Google
Zoek kaartlezen op
Woordenlijst.org
Zoek kaartlezen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek kaartlezen op
Wikipedia