judoka
zelfst.naamw.
| Uitspraak: | [jy'doka] |
| Afbreekpatroon: | ju·do·ka |
| Verbuigingen: | judoka's (meerv.) |
iemand die heel vaak of als beroep judo beoefent 4 definities op Encyclo
- •beoefenaar(ster) van judo.
- 1) Sportbeoefenaar 2) Sporter 3) Vechtsportbeoefenaar 4) Sportman 5) Atleet 6) Judobeoefenaar 7) Beoefenaar van judo
- beoefenaar van judo Jaar van herkomst: 1950 (Picarta: titel van H. Hobbema )
- Beoefenaar(ster) van Judo
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden beginnen met judoka:
•
judokampioenHerkomst volgens etymologiebank.nl
judoka (beoefenaar van judo)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is het meervoud van judoka?
Het meervoud van judoka is 'judoka's'. Eén judoka, twee judoka's.
Wat betekent judoka?
'iemand die heel vaak of als beroep judo beoefent'
Hoe spel je judoka?
judoka spel je J U D O K A Op andere websites
Zoek judoka in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek judoka op
Google
Zoek judoka op
Woordenlijst.org
Zoek judoka in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek judoka op
Wikipedia