het jawoord
zelfst.naamw.
| Uitspraak: | ['jawort] |
| Afbreekpatroon: | ja·woord |
| Verbuigingen: | jawoorden (meerv.) |
het antwoord 'ja' op de vraag of je met iemand wilt trouwen | Voorbeeld: | `Tijdens de huwelijksplechtigheid gaven ze elkaar het jawoord.` | |
2 definities op Encyclo
- •het bevestigende antwoord op een huwelijksaanzoek.
- 1) Trouwbelofte 2) Deel van een huwelijksdag 3) Toestemming voor huwelijk 4) Toestemming om te trouwen 5) Huwelijksbelofte
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
jawoordTaaladvies
Is
jawoord correct geschreven?
Zie jawoord / ja-woordVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de jawoord' of 'het jawoord'?
Het is 'het jawoord', want jawoord is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat jawoord'.
Wat is het meervoud van jawoord?
Het meervoud van jawoord is 'jawoorden'. Eén jawoord, twee jawoorden.
Wat betekent jawoord?
'het antwoord 'ja' op de vraag of je met iemand wilt trouwen'
Hoe spel je jawoord?
jawoord spel je J A W O O R D Op andere websites
Zoek jawoord in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek jawoord op
Google
Zoek jawoord op
Woordenlijst.org
Zoek jawoord in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek jawoord op
Wikipedia