insturen

werkw.
Uitspraak:  ['ɪnstyrə(n)]
Afbreekpatroon:  in·stu·ren
Vervoegingen:  stuurde in (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft ingestuurd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

naar iemand toe sturen
Voorbeeld:  `een artikel voor de krant insturen`
Synoniem:  inzenden


Synoniemen
inzenden   retourneren   

Spreekwoorden en zegswijzen
• het moeras insturen (=de verkeerde richting op sturen)
Naar de spreekwoorden

1 definitie op Encyclo
  • 1) Retourneren 2) Inzenden
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van insturen?
De verleden tijd van insturen is 'stuurde in'. Het voltooid deelwoord is 'heeft ingestuurd'.
Wat betekent insturen?
'naar iemand toe sturen'
Hoe spel je insturen?
insturen spel je I N S T U R E N
Wat is een ander woord voor insturen?
Andere woorden voor insturen zijn inzenden en retourneren.

Op andere websites
Zoek insturen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek insturen op Google
Zoek insturen op Woordenlijst.org
Zoek insturen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek insturen op Wikipedia