de huisarts

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈhœysɑrts]
Afbreekpatroon:  huis·arts
Verbuigingen:  huisartsen (meerv.)

je vaste dokter
Voorbeeld:  `de huisarts laten komen als je erg ziek bent`
Synoniem:  huisdokter


Synoniemen
huisdokter   

9 definities op Encyclo
  • 'Huisarts' of 'huisdokter' is een gespecialiseerde arts die perifeer – buiten de academische ziekenhuizen – werkt, maar niet in een ziekenhuis. De oorsprong van het woord 'huisarts' is onbekend.
  • •arts die de eerste lijn van opvang vormt voor patiënten.
  • dokter naar wie je het eerst gaat als je ziek bent vb: de huisarts heeft me doorverwezen naar de specialist
  • 1) Medicus 2) Geneesheer 3) Huisdokter 4) Algemene arts 5) Medisch beroep 6) Medisch specialist 7) Arts voor algemene ziekten 8) Ziekenbezoeker 9) Generalist 10) Geneeskundige 11) Omnipracticus 12) Dokter 13) Beroep
  • arts die bij voorkomende ziekten in het gezin wordt geraadpleegd
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met huisarts:
huisartsbezoekhuisartsenketenhuisartsenopleidinghuisartsenposthuisartsenpraktijkhuisartsenzorghuisartspraktijk

Deze woorden eindigen op huisarts:
ziekenhuisarts

Taaladvies
Wat is het verschil tussen de waarnemend huisarts en de waarnemende huisarts? Zie de waarnemend huisarts / de waarnemende huisarts

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de huisarts' of 'het huisarts'?
Het is 'de huisarts', want huisarts is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die huisarts'.
Wat is het meervoud van huisarts?
Het meervoud van huisarts is 'huisartsen'. Eén huisarts, twee huisartsen.
Wat betekent huisarts?
'je vaste dokter'
Hoe spel je huisarts?
huisarts spel je H U I S A R T S
Wat is een ander woord voor huisarts?
Een ander woord huisarts is huisdokter.

Op andere websites
Zoek huisarts in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek huisarts op Google
Zoek huisarts op Woordenlijst.org
Zoek huisarts in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek huisarts op Wikipedia