de herfsttijd

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['hɛrfstɛit]
Verbuigingen:  herfsttijden (meerv.)

seizoen tussen zomer en winter
Voorbeeld:  `O Holland in herfsttijd, wat ben je toch mooi! De heide, de bossen in goudbruine tooi!`
Synoniem:  herfst


2 definities op Encyclo
  • 1) Bamis
  • tijd van de herfst; herfstseizoen; herfst
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de herfsttijd' of 'het herfsttijd'?
Het is 'de herfsttijd', want herfsttijd is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die herfsttijd'.
Wat is het meervoud van herfsttijd?
Het meervoud van herfsttijd is 'herfsttijden'. Eén herfsttijd, twee herfsttijden.
Wat betekent herfsttijd?
'seizoen tussen zomer en winter'
Hoe spel je herfsttijd?
herfsttijd spel je H E R F S T T I J D

Op andere websites
Zoek herfsttijd in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek herfsttijd op Google
Zoek herfsttijd op Woordenlijst.org
Zoek herfsttijd in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek herfsttijd op Wikipedia