de hazenpeper
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | ['hazə(n)pepər] |
| Afbreekpatroon: | ha·zen·pe·per |
| Verbuigingen: | hazenpepers (meerv.) |
ragout met stukken hazenvlees culinair | Voorbeeld: | `Hazenpeper met rode kool is een heerlijk wintergerecht.` | |
4 definities op Encyclo
- 'Hazenpeper' is een traditioneel stoofgerecht uit de Nederlandse en Duitse keuken. Het woord hazenpeper is in de Nederlandse taal voor het eerst geattesteerd in 1599.
- 1) Vleesgerecht 2) Gerecht 3) Wildbraad 4) Stoofgerecht van wild 5) Wildgerecht
- gerecht van hazenvlees Jaar van herkomst: 1778 (WNT )
- stukjes hazenvlees gemarineerd in wijn en vervolgens gestoofd met azijn, peper en andere kruiden; gestoofd hazenvlees hoeveelheid hazenpeper bereid volgens een bepaald recept; soort hazenpeper
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
hazenpeper (gerecht van hazenvlees)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de hazenpeper' of 'het hazenpeper'?
Het is 'de hazenpeper', want hazenpeper is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die hazenpeper'.
Wat is het meervoud van hazenpeper?
Het meervoud van hazenpeper is 'hazenpepers'. Eén hazenpeper, twee hazenpepers.
Wat betekent hazenpeper?
'ragout met stukken hazenvlees'
Hoe spel je hazenpeper?
hazenpeper spel je H A Z E N P E P E R Op andere websites
Zoek hazenpeper in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek hazenpeper op
Google
Zoek hazenpeper op
Woordenlijst.org
Zoek hazenpeper in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek hazenpeper op
Wikipedia