de gezinsvakantie
zelfst.naamw. (v.)
| Verbuigingen: | gezinsvakanties |
| Verbuigingen: | gezinsvakantietje |
reis in de vakantie met de leden van een huishouden bestaande uit ouders en kinderen Bron: WikiWoordenboek.
Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de gezinsvakantie' of 'het gezinsvakantie'?
Het is 'de gezinsvakantie', want gezinsvakantie is vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die gezinsvakantie'.
Wat betekent gezinsvakantie?
'reis in de vakantie met de leden van een huishouden bestaande uit ouders en kinderen'
Hoe spel je gezinsvakantie?
gezinsvakantie spel je G E Z I N S V A K A N T I E Op andere websites
Zoek gezinsvakantie in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek gezinsvakantie op
Google
Zoek gezinsvakantie op
Woordenlijst.org
Zoek gezinsvakantie in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek gezinsvakantie op
Wikipedia