1.in de uitdr.: Voorbeeld: er is wat gaans: er is wat aan de hand Voorbeeld: Horieneke lag met de handen voor de ogen te wenen en te snikken. - Wel, wat is er nu gaans met u? 2.gen. partit. van gaande: Voorbeeld: Na veel dagen gaans zagen zij rechts en links, bezijds de brede bane, een oneindig...