de fiducie
zelfst.naamw. (v.)
| Uitspraak: | [fi'dysi] |
| Afbreekpatroon: | fi·du·cie |
| (geen/weinig) fiducie hebben in (iets) | ((geen/weinig) vertrouwen hebben in (iets)) `Ik ga het overleg actief in, maar ik heb er weinig fiducie in.` |
Synoniemen
confidentie geloof vertrouw vertrouwen 6 definities op Encyclo
- •geloof, vertrouwen. (+audio)
- Let op: Spelling van 1858 fiducia, Lat., vertrouwen
- 1) Geloof 2) Vertrouwen op een goede afloop 3) Vertrouwen 4) Vertrouw 5) Confidentie
- vertrouwen Voorbeeld: Als jij er al geen fiducie in hebt, wie dan wel?
- vertrouwen op een goede afloop of uitslag
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
fiducie (vertrouwen)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de fiducie' of 'het fiducie'?
Het is 'de fiducie', want fiducie is vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die fiducie'.
Hoe spel je fiducie?
fiducie spel je F I D U C I E
Wat is een ander woord voor fiducie?
Andere woorden voor fiducie zijn confidentie, geloof, vertrouw en vertrouwen.Op andere websites
Zoek fiducie in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek fiducie op
Google
Zoek fiducie op
Woordenlijst.org
Zoek fiducie in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek fiducie op
Wikipedia