het feestbezoek

zelfst.naamw.

1) mensen die deelnemen aan een feest

2) de keer dat men naar een feest gaat


Bron: WikiWoordenboek.

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de feestbezoek' of 'het feestbezoek'?
Het is 'het feestbezoek', want feestbezoek is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat feestbezoek'.
Wat betekent feestbezoek?
'mensen die deelnemen aan een feest' en 'de keer dat men naar een feest gaat'
Hoe spel je feestbezoek?
feestbezoek spel je F E E S T B E Z O E K

Op andere websites
Zoek feestbezoek in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek feestbezoek op Google
Zoek feestbezoek op Woordenlijst.org
Zoek feestbezoek in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek feestbezoek op Wikipedia