familiair

bijv.naamw.
Uitspraak:  [famili'jɛ:r]
Afbreekpatroon:  fa·mi·li·air

1) (van ziekten) in de familie voorkomend medisch
Voorbeeld:  `familiaire tremor`

2) zonder je druk te maken om formele regels
Voorbeelden:  `In dat restaurant gaan de obers een beetje te familiair om met de gasten.`,
`Er is een hartelijke en familiaire stemming aan boord van ons cruiseschip.`
Synoniemen:  ongedwongen, informeel


Synoniemen
gemeenzaam   makkelijk in de omgang   tutoyerend   vrijpostig   

5 definities op Encyclo
  • (1) Erfelijk, genetisch, congenitaal (2) In een bepaalde familie voorkomend
  • (familiair - familiaar) gemeenzaam Jaar van herkomst: 1560 (WNT )
  • 1) Onvormelijk 2) Vertrouwelijk 3) Vertrouwelijk in omgang 4) Gemoedelijk 5) Vrijpostig 6) Tutoyerend 7) Niet vormelijk 8) Huiselijk 9) Gemeenzaam 10) Ongedwongen
  • gemeenzaam
  • in de familie voorkomend.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
familiair (vertrouwelijk, gemeenzaam; vrijpostig)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent familiair?
'(van ziekten) in de familie voorkomend' en 'zonder je druk te maken om formele regels'
Hoe spel je familiair?
familiair spel je F A M I L I A I R
Wat is een ander woord voor familiair?
Andere woorden voor familiair zijn gemeenzaam, makkelijk in de omgang, tutoyerend en vrijpostig.

Op andere websites
Zoek familiair in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek familiair op Google
Zoek familiair op Woordenlijst.org
Zoek familiair in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek familiair op Wikipedia