emaneren

werkw.
Afbreekpatroon:  e - ma - 'ne - ren
Herkomst:  «Frans
Vervoegingen:  emaneerde (verl.tijd )
Vervoegingen:  geëmaneerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

uitvloeien uit;
uitstraling van;
afkomstig zijn van;
uitstorting van
emanatie  (uitvloeiing, uitstorting, uitstraling of een voortvloeiing van iets)


1 definitie op Encyclo
  • 1) Uitvloeien 2) Uitstralen 3) Uitgaan 4) Voortvloeien uit 5) Uitstromen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
emaneren (uitvloeien)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van emaneren?
De verleden tijd van emaneren is 'emaneerde'. Het voltooid deelwoord is 'geëmaneerd'.
Wat betekent emaneren?
'uitvloeien uit;
uitstraling van;
afkomstig zijn van;
uitstorting van'
Hoe spel je emaneren?
emaneren spel je E M A N E R E N

Op andere websites
Zoek emaneren in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek emaneren op Google
Zoek emaneren op Woordenlijst.org
Zoek emaneren in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek emaneren op Wikipedia