de elektrieker
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | [elɛk'trikər] |
| Afbreekpatroon: | elek·trie·ker |
| Verbuigingen: | elektriekers (meerv.) |
iemand die elektrische apparaten en leidingen installeert en repareert | Voorbeeld: | `op zoek zijn naar een elektrieker voor het aansluiten van een tijdelijke elektrische installatie` | |
| Synoniem: | elektricien |
1 definitie op Encyclo
- iemand die voor zijn beroep elektriciteitsinstallaties aanlegt; elektricien
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de elektrieker' of 'het elektrieker'?
Het is 'de elektrieker', want elektrieker is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die elektrieker'.
Wat is het meervoud van elektrieker?
Het meervoud van elektrieker is 'elektriekers'. Eén elektrieker, twee elektriekers.
Wat betekent elektrieker?
'iemand die elektrische apparaten en leidingen installeert en repareert'
Hoe spel je elektrieker?
elektrieker spel je E L E K T R I E K E R Op andere websites
Zoek elektrieker in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek elektrieker op
Google
Zoek elektrieker op
Woordenlijst.org
Zoek elektrieker in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek elektrieker op
Wikipedia