duigen
zelfst.naamw.
| Afbreekpatroon: | dui·gen |
| Verbuigingen: | duig (enkelv.) |
smalle planken waarmee een gebogen oppervlak wordt vervaardigd (bijvoorbeeld een ton) ambacht | Voorbeeld: | `Houten tonnen gemaakt van duigen met metalen hoepels er omheen.` | |
| in duigen vallen | (in het water vallen, mislukken) |
Spreekwoorden en zegswijzen
• in
duigen vallen
(=plannen die niet doorgaan / uiteenvallen - verloren gaan)Naar de spreekwoorden4 definities op Encyclo
- 1.duwen Voorbeeld: ‘Meester vatte hen beiden bij de hals, trok ze bij het nekhaar achteruit en doog ze op de knieën’ (Duimpjesbundel II 5) Voorbeeld: ‘Ze legde wat droge spaanders op 't vuur, doog de koffiekan bezijds in de hete asse’ (ibid.) 2.zie ook: GEDOGEN
- 1) Vathout
- Smalle planken die worden gebruikt om een gebogen oppervlak op te bouwen. Categorie: Objectgenres > planken (objecten).
- Spreekwoorden: (1914) In duigen vallen, d.w.z. mislukken. Onder duigen verstaat men stukken wagenschot, tot het samenstellen van vaatwerk bestemd en die door hoepels bij elkaar gehouden worden. Vallen deze plankjes in elkander, dan mislukt het vat; vandaar dat deze uitdr. in het algemeen gebruikt wordt voor i...
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent duigen?
'smalle planken waarmee een gebogen oppervlak wordt vervaardigd (bijvoorbeeld een ton)'
Hoe spel je duigen?
duigen spel je D U I G E N Op andere websites
Zoek duigen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek duigen op
Google
Zoek duigen op
Woordenlijst.org
Zoek duigen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek duigen op
Wikipedia