douchen
werkw.
| Uitspraak: | ['duʃə(n)] |
| Afbreekpatroon: | dou·chen |
| Vervoegingen: | douchte (verl.tijd enkelv.) |
| Vervoegingen: | heeft gedoucht (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen |
je wassen onder de douche | Voorbeeld: | `na het sporten douchen` | |
3 definities op Encyclo
- • [inerg] een douche nemen.
- onder de douche gaan staan om je te wassen vb: de meeste mensen douchen zich elke dag
- 1) Een stortbad nemen 2) Zich reinigen 3) De douche gebruiken 4) Zich wassen 5) Baden
Toon uitgebreidere definitiesTaaladvies
Wat is de juiste uitspraak van het woord
hygiëne: `hiegiejène` of `hiegiejeene`?
Zie Hygiëne (uitspraak)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van douchen?
De verleden tijd van douchen is 'douchte'. Het voltooid deelwoord is 'heeft gedoucht'.
Wat betekent douchen?
'je wassen onder de douche'
Hoe spel je douchen?
douchen spel je D O U C H E N Op andere websites
Zoek douchen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek douchen op
Google
Zoek douchen op
Woordenlijst.org
Zoek douchen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek douchen op
Wikipedia