doordeweeks
bijv.naamw.
| Uitspraak: | [ˈdordəweks] |
| Afbreekpatroon: | door·de·weeks |
op een werkdag | Voorbeeld: | `een doordeweekse dag` | |
| Antoniem: | in het weekeinde |
Synoniemen
in het weekeinde (antoniem) 2 definities op Encyclo
- •op een dag die in de werkweek valt: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag. Voorbeeld: `Op doordeweekse dagen is het hier altijd erg druk, maar niet op zaterdag en zondag.`
- 1) Tijdens werkdagen 2) Weekdaags 3) Dagdagelijks 4) Op werkdagen 5) Op een dag die in de werkweek valt
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent doordeweeks?
'op een werkdag'
Hoe spel je doordeweeks?
doordeweeks spel je D O O R D E W E E K S
Wat is het tegenovergestelde van doordeweeks?
Een antoniem van doordeweeks is in het weekeinde.Op andere websites
Zoek doordeweeks in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek doordeweeks op
Google
Zoek doordeweeks op
Woordenlijst.org
Zoek doordeweeks in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek doordeweeks op
Wikipedia