de boogscheut
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | [ˈboxsxøt] |
| Afbreekpatroon: | boog·scheut |
| Verbuigingen: | boogscheuten (meerv.) |
kleine afstand | Voorbeeld: | `op een boogscheut van Antwerpen` | |
| Synoniem: | steenworp |
1 definitie op Encyclo
- relatief kleine afstand; steenworp kleine stap; kleine verwijdering
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de boogscheut' of 'het boogscheut'?
Het is 'de boogscheut', want boogscheut is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die boogscheut'.
Wat is het meervoud van boogscheut?
Het meervoud van boogscheut is 'boogscheuten'. Eén boogscheut, twee boogscheuten.
Wat betekent boogscheut?
'kleine afstand'
Hoe spel je boogscheut?
boogscheut spel je B O O G S C H E U T Op andere websites
Zoek boogscheut in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek boogscheut op
Google
Zoek boogscheut op
Woordenlijst.org
Zoek boogscheut in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek boogscheut op
Wikipedia