de bommoeder
zelfst.naamw. (v.)
| Uitspraak: | [ˈbɔmudər] |
| Afbreekpatroon: | bom·moe·der |
| Verbuigingen: | bommoeders (meerv.) |
bewust ongehuwde moeder die haar kind alleen wil opvoeden 2 definities op Encyclo
- 1) Vrouw die bewust kind alleen opvoedt 2) Bewust ongehuwde moeder 3) Alleenstaande moeder
- vrouw die haar kind alleen wenst op te voeden Jaar van herkomst: 1981 (De Coster 1999 )
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
bommoeder (bewust ongehuwde moeder)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de bommoeder' of 'het bommoeder'?
Het is 'de bommoeder', want bommoeder is vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die bommoeder'.
Wat is het meervoud van bommoeder?
Het meervoud van bommoeder is 'bommoeders'. Eén bommoeder, twee bommoeders.
Wat betekent bommoeder?
'bewust ongehuwde moeder die haar kind alleen wil opvoeden'
Hoe spel je bommoeder?
bommoeder spel je B O M M O E D E R Op andere websites
Zoek bommoeder in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek bommoeder op
Google
Zoek bommoeder op
Woordenlijst.org
Zoek bommoeder in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek bommoeder op
Wikipedia