beëdigen

werkw.
Uitspraak:  [bəˈedixə(n)]
Afbreekpatroon:  be·edi·gen
Vervoegingen:  beëdigde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft beëdigd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

door een eed te laten afleggen officieel een functie geven
Voorbeelden:  `een beëdigde vertaler`,
`iemand beëdigen als minister`


2 definities op Encyclo
  • 1) Een plechtige verklaring afnemen
  • 1) Officieel in functie stellen 2) Onder eed stellen 3) Iemand plechtig installeren 4) Assermenteren 5) Inzweren 6) Een eed afnemen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
beëdigen

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van beëdigen?
De verleden tijd van beëdigen is 'beëdigde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft beëdigd'.
Wat betekent beëdigen?
'door een eed te laten afleggen officieel een functie geven'
Hoe spel je beëdigen?
beëdigen spel je B E E-umlaut D I G E N

Op andere websites
Zoek beëdigen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek beëdigen op Google
Zoek beëdigen op Woordenlijst.org
Zoek beëdigen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek beëdigen op Wikipedia