bezoedelen

werkw.
Uitspraak:  [bəˈzudələ(n)]
Afbreekpatroon:  be·zoe·de·len
Vervoegingen:  bezoedelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bezoedeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

vies maken
Voorbeeld:  `bezoedelde kleren`
iemands goede naam bezoedelen  (iemand een slechte naam bezorgen door slechte dingen te vertellen)
bezoedelde familie-eer  ()


Synoniemen
aantasten   beschadigen   besmeuren   bevlekken   bevuilen   eer door het slijk halen   onteren   tarreren   verontreinigen   vuilmaken   

3 definities op Encyclo
  • iets doen of zeggen waardoor iemands goede naam beschadigd wordt vb: je bezoedelt de familie met je rare praatjes!
  • 1) Vlekken 2) Vies maken 3) Beschadigen 4) Onteren 5) Aantasten 6) Vuilmaken 7) Bezwalken 8) Bevuilen 9) Ontreinigen 10) Smeuren 11) Vuil maken 12) Schandvlekken 13) Bevlekken 14) Besmeuren 15) Besmeren 16) Tarreren 17) Bemorsen 18) Bekladden 19) Besmetten 20) Verontreinigen
  • bevlekken Jaar van herkomst: 1562 (Toll. )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bezoedelen (bevlekken)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van bezoedelen?
De verleden tijd van bezoedelen is 'bezoedelde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft bezoedeld'.
Wat betekent bezoedelen?
'vies maken'
Hoe spel je bezoedelen?
bezoedelen spel je B E Z O E D E L E N
Wat is een ander woord voor bezoedelen?
Andere woorden voor bezoedelen zijn aantasten, beschadigen, besmeuren, bevlekken, bevuilen, eer door het slijk halen, onteren, tarreren, verontreinigen en vuilmaken.

Op andere websites
Zoek bezoedelen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek bezoedelen op Google
Zoek bezoedelen op Woordenlijst.org
Zoek bezoedelen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek bezoedelen op Wikipedia