beschimpen

werkw.
Uitspraak:  [bə'sxɪmpə(n)]
Afbreekpatroon:  be·schim·pen
Vervoegingen:  beschimpte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft beschimpt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

scheldwoorden roepen (naar iemand)
Voorbeelden:  `politici die elkaar beschimpen`,
`Een verwarde man beschimpte alle voorbijgangers.`
Synoniemen:  honen, uitschelden


Synoniemen
afgeven op   bekladden   bespotten   honen   uitschelden   verguizen   

3 definities op Encyclo
  • • [ov] met scheldwoorden overladen.
  • 1) Honen 2) Aanfluiten 3) Opproberen 4) Uitjoelen 5) Uitjouwen 6) Uitschelden 7) Lasterlijk beledigen 8) Bekladden 9) Schelden 10) Smaden 11) Smalen 12) Verguizen 13) Met honende woorden overladen 14) Spotten 15) Beledigen 16) Bespotten
  • uitschelden (Govers & Willems 2008)
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van beschimpen?
De verleden tijd van beschimpen is 'beschimpte'. Het voltooid deelwoord is 'heeft beschimpt'.
Wat betekent beschimpen?
'scheldwoorden roepen (naar iemand)'
Hoe spel je beschimpen?
beschimpen spel je B E S C H I M P E N
Wat is een ander woord voor beschimpen?
Andere woorden voor beschimpen zijn afgeven op, bekladden, bespotten, honen, uitschelden en verguizen.

Op andere websites
Zoek beschimpen op Woordenlijst.org
Zoek beschimpen op Google
Zoek beschimpen op Wikipedia