belopen
werkw.
1) te voet afleggen | Voorbeeld: | `Ik kan die afstand niet belopen.` | |
| van het belopen pad afwijken | (iets nieuws doen) |
2) zoveel kosten | Voorbeeld: | `de schade beloopt honderden euro´s` | |
| Synoniem: | bedragen |
Synoniemen
afleggen bedragen begaan betreden bewandelen 4 definities op Encyclo
- 1) Bewandelen 2) Betreden 3) Bedragen 4) Begaan 5) Maken 6) Afleggen 7) Uitmaken 8) Aanlopen 9) Te voet afleggen 10) Incurreren
- 1> HET KUNNEN BELOPEN: er in een rechte lijn naartoe kunnen varen. Gerelateerde term: bezeilen. 2> sneller varen dan de voorganger. Zie ook oplopen. Bijvoorbeeld in: iemand belopen. In die zin eigenlijk ook: door een bui belopen worden: een bui niet voor kunnen blijven of niet kunnen ontzeilen.
- bedragen
- verzorgen, voorzien in.
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
belopenVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van belopen?
De verleden tijd van belopen is 'beliep'. Het voltooid deelwoord is 'heeft belopen'.
Wat betekent belopen?
'te voet afleggen' en 'zoveel kosten'
Hoe spel je belopen?
belopen spel je B E L O P E N
Wat is een ander woord voor belopen?
Andere woorden voor belopen zijn afleggen, bedragen, begaan, betreden en bewandelen.Op andere websites
Zoek belopen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek belopen op
Google
Zoek belopen op
Woordenlijst.org
Zoek belopen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek belopen op
Wikipedia