beleren

werkw.
Afbreekpatroon:  be·le·ren
Vervoegingen:  beleerde (verl.tijd )
Vervoegingen:  heeft beleerd (volt.deelw.)

1) onderwijzen, onderrichten
Voorbeelden:  `een belerende toon aanslaan`,
`jonge paarden beleren`

2) iets met leer bekleden


3 definities op Encyclo
  • zadelmak maken
  • 1) Wijzermaken 2) Onderrichten 3) Africhten van paarden 4) Prediken 5) Africhten 6) Leraren 7) Betuttelen 8) Opleiden 9) De les lezen 10) Onderwijzen
  • onderwijzen, prediken
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met beleren:
belerend

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van beleren?
De verleden tijd van beleren is 'beleerde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft beleerd'.
Wat betekent beleren?
'onderwijzen, onderrichten' en 'iets met leer bekleden'
Hoe spel je beleren?
beleren spel je B E L E R E N

Op andere websites
Zoek beleren in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek beleren op Google
Zoek beleren op Woordenlijst.org
Zoek beleren in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek beleren op Wikipedia