bekorten

werkw.
Uitspraak:  [bə'kɔrtə(n)]
Afbreekpatroon:  be·kor·ten
Vervoegingen:  bekortte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bekort (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

minder lang laten duren
Voorbeeld:  `de wachttijd bekorten`


Synoniemen
fnuiken   inkorten   korter maken   verkorten   

2 definities op Encyclo
  • • [ov] de tijdsduur minder lang laten zijn.
  • 1) Restringeren 2) Fnuiken 3) Retrancheren 4) Inkorten 5) Condenseren 6) Besnoeien 7) Afkorten 8) Afsnijden 9) Afzagen 10) Beperken 11) Beknotten 12) Beknoppen 13) Beknibbelen 14) Verkorten 15) Verminderen 16) Inperken 17) Inkrimpen 18) Uitwinnen 19) Korter maken
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van bekorten?
De verleden tijd van bekorten is 'bekortte'. Het voltooid deelwoord is 'heeft bekort'.
Wat betekent bekorten?
'minder lang laten duren'
Hoe spel je bekorten?
bekorten spel je B E K O R T E N
Wat is een ander woord voor bekorten?
Andere woorden voor bekorten zijn fnuiken, inkorten, korter maken en verkorten.

Op andere websites
Zoek bekorten in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek bekorten op Google
Zoek bekorten op Woordenlijst.org
Zoek bekorten in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek bekorten op Wikipedia