beknellen

werkw.
Uitspraak:  [bə'knɛlə(n)]
Afbreekpatroon:  be·knel·len
Vervoegingen:  beknelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bekneld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

onbedoeld ergens tussen vast komen te zitten
Voorbeelden:  `bekneld zitten in een verongelukte auto`,
`een wervel beknelt een zenuw`
Synoniemen:  beklemmen, knellen


1 definitie op Encyclo
  • 1) Beklemmen 2) Drukken
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van beknellen?
De verleden tijd van beknellen is 'beknelde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft bekneld'.
Wat betekent beknellen?
'onbedoeld ergens tussen vast komen te zitten'
Hoe spel je beknellen?
beknellen spel je B E K N E L L E N

Op andere websites
Zoek beknellen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek beknellen op Google
Zoek beknellen op Woordenlijst.org
Zoek beknellen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek beknellen op Wikipedia