de badhanddoek
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | ['bɑthɑnduk] |
| Afbreekpatroon: | bad·hand·doek |
| Verbuigingen: | badhanddoeken (meerv.) |
grote handdoek | Voorbeeld: | `Met zijn tweeën liggen zonnen op één badhanddoek.` | |
1 definitie op Encyclo
- 1) Toiletartikel 2) Badartikel 3) Afdroogmiddel 4) Strandartikel 5) Strandlaken 6) Schoonmaakgerei 7) Toiletbenodigdheden
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de badhanddoek' of 'het badhanddoek'?
Het is 'de badhanddoek', want badhanddoek is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die badhanddoek'.
Wat is het meervoud van badhanddoek?
Het meervoud van badhanddoek is 'badhanddoeken'. Eén badhanddoek, twee badhanddoeken.
Wat betekent badhanddoek?
'grote handdoek'
Hoe spel je badhanddoek?
badhanddoek spel je B A D H A N D D O E K Op andere websites
Zoek badhanddoek in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek badhanddoek op
Google
Zoek badhanddoek op
Woordenlijst.org
Zoek badhanddoek in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek badhanddoek op
Wikipedia